In het archief van het Duits Archeologisch Instituut in Athene ligt een reeks foto's die op een zomerochtend in 1941 vanuit een vliegtuig boven Myloi zijn gemaakt. Ze waren bedoeld voor archeologen die Lerna bestudeerden. Ze geven ons ook het duidelijkste beeld dat we hebben van ons dorp op een van de meest dramatische momenten in zijn geschiedenis.
Dit is een verhaal over twee vliegtuigen boven de baai van Myloi in 1941. Het eerste was een Britse vliegboot, die op 26 april een generaal vanaf de pier wegvoerde. Het tweede was een Duits verkenningsvliegtuig, dat elf weken later de foto's maakte. Daarnaast laten we twee foto's zien die in 1945 op het strand zijn gemaakt. Samen vertellen ze het verhaal van een klein dorp aan zee, en van een pier die er nog steeds ligt.
Vliegtuig 1: de vliegboot van de generaal
25–26 april 1941. Eind april 1941 stortte de geallieerde verdediging van het Griekse vasteland in. Eén lange dag lang werd de oorlog geleid vanuit een olijfgaard bij Myloi.
Op 24 april was de evacuatie van Griekenland in volle gang. Duizenden soldaten wachtten in Nafplio en Tolo op de schepen die 's nachts binnenkwamen. Myloi had een andere rol. Het lag aan de weg van de vlakte van Argos naar Tripoli en Kalamata, en was daardoor een logische plek om troepen te verzamelen, voertuigen onder de bomen te parkeren en het verkeer naar het zuiden te leiden.
Vroeg op 25 april was generaal-majoor Bernard Freyberg van de Nieuw-Zeelandse divisie al onderweg naar “een nieuw hoofdkwartier bij Miloi”. Een grote Australische colonne bracht die dag verspreid rond het dorp door en vertrok om acht uur 's avonds naar Tripoli en Kalamata.
In de nacht van 25 op 26 april verliet generaal Henry Maitland Wilson, bevelhebber van alle Britse en Gemenebesttroepen in Griekenland, Athene per auto. Hij stak ongeveer twee uur voor zonsopgang de brug over het Kanaal van Korinthe over en reed door naar Myloi.
“De hoofdkwartieren van Wilson en Freyberg, beide nu bij Miloi.”
Gavin Long, Australische officiële geschiedschrijving, over de ochtend van 26 april 1941
Het verslag van de Britse schout-bij-nacht H. T. Baillie-Grohman beschrijft wat hij aantrof toen hij die zaterdagochtend om half zes aankwam. Het hoofdkwartier lag verborgen in een olijfgaard, waar de bomen dekking boden tegen de Duitse duikbommenwerpers die inmiddels het luchtruim beheersten. Wilson, zijn staf en enkele Britse en Griekse hoogwaardigheidsbekleders waren er al. Onder hen was, volgens latere verslagen, prins Peter van Griekenland.
Het was een slechte dag. Duitse vliegtuigen waren de hele ochtend actief en de radioverbindingen vielen steeds uit. Kort na zevenen landden Duitse parachutisten bij het Kanaal van Korinthe en namen de oversteek in. Het hoofdkwartier in Myloi was plotseling afgesneden van alles ten noorden van het kanaal. Freyberg reorganiseerde de verdediging: één Nieuw-Zeelands bataljon ten noorden van Argos, één bij Tripoli, en het 25e Bataljon bij de westelijke toegangswegen naar Myloi.
Later die dag vertelde Wilson aan Freyberg dat hij die nacht zou vertrekken en dat Freyberg het bevel zou overnemen over alle troepen die nog op de Peloponnesos waren. Bij zonsondergang werd de commandopost verlaten. Het gezelschap liep naar de pier van Myloi, waar een vliegboot, een Short Sunderland, in de baai was geland. Wilson ging aan boord en vloog naar de Soudabaai op Kreta. Toen de torpedobootjager HMS Nubian 's nachts “Myli” aandeed om hem op te halen, was de generaal al vertrokken.
De laatste dagen van april
- 24 april: evacuatie vanuit Nafplio en Tolo; in één nacht vertrekken meer dan 6.000 man.
- 25 april: Freyberg richt een hoofdkwartier in bij Myloi; een Australische colonne van ongeveer 600 voertuigen wacht in en rond het dorp.
- 25/26 april: Wilson rijdt 's nachts van Athene naar Myloi.
- 26 april, 05.30 uur: Baillie-Grohman komt aan bij het hoofdkwartier in de olijfgaard.
- 26 april, 07.15 uur: Duitse parachutisten landen bij het Kanaal van Korinthe.
- 26 april, zonsondergang: Wilson vertrekt vanaf de pier per Sunderland-vliegboot naar Kreta.
- 26/27 april: HMS Nubian bereikt Myloi en ontdekt dat hij al weg is.
26 of 27 april? Veel boeken zeggen dat Wilson Myloi “op 27 april” verliet. Britse marinedocumenten dateren een nachtelijke operatie als één gebeurtenis, “nacht 26/27 april”. De bronnen wijzen op vertrek op de avond van 26 april.
Vliegtuig 2: de camera boven Myloi
13 juli 1941, tussen 10 en 12 uur. Op de ochtend van 13 juli 1941 vloog een Duits vliegtuig laag over Myloi, met de camera recht naar beneden gericht. Op dat moment was de streek al meer dan twee maanden bezet.
De foto's werden vanaf ongeveer duizend meter hoogte gemaakt door een speciale luchtkarteringseenheid van het Reichsluftfahrtministerium, het Duitse ministerie van Luchtvaart. Dezelfde camera, nummer 741, fotografeerde tijdens dezelfde vlucht Mycene en Nemea. De afdrukken waren geheim, maar een stempel op de achterkant laat zien dat ze, onder voorwaarden, werden vrijgegeven aan het Archeologisch Instituut in Berlijn. De archeologen waren geïnteresseerd in Lerna, de prehistorische vindplaats aan de zuidrand van het dorp.
In juli 1941 lag Myloi in de Italiaanse bezettingszone. Italië was verantwoordelijk voor het grootste deel van de Peloponnesos en begon de kust van Argolis te versterken tegen mogelijke geallieerde landingen. Er waren nog wel Duitse soldaten in de streek: in Argos zaten Duitse bestuursdiensten, en het vliegveld bij Koutsopodi was in Duitse handen.
Elf weken eerder was generaal Wilson hier vanaf de pier vertrokken. Nu keek een Duitse camera neer op hetzelfde dorp, dezelfde olijfgaarden en dezelfde pier.
Waar het spoor de zee raakte
Toen de spoorlijn vanuit Argos in 1886 Myloi bereikte, liepen de rails door tot aan de pier van het kleine haventje. Goederen en reizigers stapten hier over tussen boot en trein, en een paar jaar lang kwamen reizigers van Nafplio naar Tripoli per boot over de baai om hier de trein te nemen. In 1947, toen de brug bij Korinthe nog verwoest was, werden nieuwe motorrijtuigen voor de Peloponnesos aan deze pier rechtstreeks vanaf een landingsvaartuig van de marine aan land gebracht.
In 1941 was deze pier de voor de hand liggende plek om een kleine boot langszij te leggen, dicht bij de weg, het station en de olijfgaarden. Het is de meest waarschijnlijke plek waar het gezelschap van Wilson aan boord ging. Een tweede, kleinere steiger verder naar het noorden, die er nu nog is, is de andere kandidaat.
Een dorp tussen de velden
Wie nu door Myloi loopt, ziet een dorp aan zee met huizen, wegen, boomgaarden en taverna's. De foto's uit 1941 laten een ander landschap zien, en toch is veel van het huidige dorp er al.
Een klein dorp
Wat als eerste opvalt, is hoe klein Myloi was. De huizen staan vooral langs de hoofdweg en in kleine groepjes bij de kust. Er zijn geen woonwijken. Direct achter de huizen begint de landbouwgrond: lange rechthoekige percelen, kleinere akkers en rijen bomen. Waar nu huizen en tuinen staan, lagen in 1941 akkers en boomgaarden.
De spoorlijn
De spoorlijn loopt als een scherpe rechte lijn door het landschap, naast de hoofdweg naar Argos en het binnenland van de Peloponnesos. Op één opname buigt een rij wagons van het station af naar de haven. Voor een boerendorp was de trein een levensader om de oogst naar de markt te brengen. In 2010 reden de treinen voor het laatst, maar de oude lijn en de stationsgebouwen staan er nog.
Lerna en de bronnen
Direct ten zuiden van het dorp liggen de bronnen van Lerna: open water, natte weiden en onregelmatige begroeiing, doorsneden door de spoorlijn op een kleine ijzeren brug. De beroemde prehistorische vindplaats ziet er nog niet uit zoals bezoekers hem kennen. De Amerikaanse opgravingen die het Huis van de Dakpannen blootlegden, begonnen pas in 1952. Deze foto's tonen de grond voordat er gegraven werd.
Een lege kust
Langs een groot deel van de kust staan nauwelijks gebouwen. Kleine weggetjes en paden verbinden de verspreide huizen met de hoofdweg. Op verschillende plekken lopen akkers en natuurlijke begroeiing bijna tot aan de zee. Strandtenten, hotels en vakantiehuizen kwamen pas in de decennia na de oorlog.
Terug naar het strand
In mei 1945, vier jaar na de evacuatie, reisde een Australische oorlogsfotograaf door de Peloponnesos om de plekken vast te leggen waar Australische soldaten in 1941 hadden gevochten en gewacht. In Myloi liet een dorpsbewoner hem het strand zien en de rij eucalyptusbomen waaronder de soldaten hadden geschuild.
De foto's zijn stil. Een stoffige weg, een klein huis, hoge bomen aan het water. Niets vertelt je wat hier gebeurd is, behalve het bijschrift. Geen ruïnes, geen monument: een strand, een rij bomen en een verhaal, verteld door iemand uit het dorp.
Wat je nog steeds kunt zien
Leg de oude foto's naast een moderne satellietfoto en je ziet dat het dorp niet op een onbeschreven blad is gebouwd. De kustlijn, de hoofdweg, de spoorlijn, de pier en veel perceelgrenzen liggen nog waar ze in 1941 lagen. Oude landbouwpaden zijn dorpsstraten geworden en open akkers zijn tuinen geworden. Loop van het station naar de pier en je volgt dezelfde route als het gezelschap van Wilson op de avond van 26 april 1941.
De precieze plek van de olijfgaard is nog altijd onbekend. Misschien kan een lezer helpen.
Bronnen en verantwoording
- Luchtfoto's 1941: gereproduceerd met vriendelijke toestemming van het German Archaeological Institute, Athene (D-DAI-ATH-Archiv): Film 14, LB-RLM-EB-5-11-004, -010, -017. Daarnaast film 14, opnamen 015 en 116 (detail), en de stripvlucht van 1941–1942, film 93, opname 042.
- Strand, 1945: Australian War Memorial 130831 en 130887, fotograaf V. J. Krauth. Publiek domein.
- April 1941: Gavin Long, Greece, Crete and Syria (Australische officiële geschiedschrijving), hfst. 7; verslag van schout-bij-nacht H. T. Baillie-Grohman; C. Shores, B. Cull en N. Malizia, Air War for Yugoslavia, Greece and Crete.
- Spoorlijn en haven: Ephorie van Oudheden van Argolida, Acquaintance with the history of Myloi: Myloi Railway Station.
Alle foto's blijven eigendom van de archieven die ze beheren; neem contact met hen op voordat je ze hergebruikt.
Heb jij oude foto's van Myloi? Familiefoto's, schoolfoto's, de haven, het station, het strand: we zien ze graag en voegen ze toe aan het verhaal van het dorp.











